AI-geletterdheid is geen technische specialisatie, maar een basisvaardigheid voor iedereen die in een professionele context met AI-systemen werkt. De EU AI-verordening heeft de term juridisch verankerd: artikel 3(56) definieert AI-geletterdheid als "vaardigheden, kennis en begrip die aanbieders, gebruiksverantwoordelijken en betrokken personen, rekening houdend met hun respectieve rechten en plichten in het kader van deze verordening, in staat stellen geïnformeerd AI-systemen in te zetten en zich bewuster te worden van de kansen en risico's van AI en de mogelijke schade die zij kan veroorzaken." Dit artikel legt uit wat die definitie inhoudt, welke kenniscomponenten eronder vallen en hoe AI-geletterdheid zich verhoudt tot puur technische AI-training.

Een wettelijke definitie met brede reikwijdte

Artikel 4 van de EU AI-verordening verplicht aanbieders en gebruiksverantwoordelijken om "zoveel als mogelijk te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid" bij hun personeel en anderen die namens hen AI-systemen exploiteren. De verplichting geldt voor alle AI-systemen, ongeacht risicocategorie, en is op 2 februari 2025 van kracht geworden. Handhaving door nationale markttoezichthouders begint op 2 augustus 2026.

De definitie is bewust breed geformuleerd. AI-geletterdheid is niet uniform: het vereiste niveau hangt af van de rol van de persoon, de technische aard van het systeem en de context waarin het wordt ingezet. Een medewerker die AI-uitvoer beoordeelt, heeft andere kennisbehoeften dan een ontwikkelaar die een model traint of een manager die inkoopbeslissingen neemt.

Vier kerncompetenties

Uit de verordening, overweging 20 en de toelichting van de Europese Commissie laten zich vier samenhangende kenniscomponenten destilleren:

1. Technische basiskennis Begrijpen wat een AI-systeem is, op welke data het is getraind, wat de werking en de beperkingen zijn, en hoe de uitkomsten tot stand komen. Dit is geen vereiste om zelf modellen te bouwen, maar wel om de werking van ingezette systemen op hoofdlijnen te kunnen volgen en om de betrouwbaarheid van uitvoer te kunnen beoordelen.

2. Kritisch denkvermogen De vaardigheid om AI-uitvoer niet als feitelijke waarheid te accepteren, maar te bevragen: zijn de resultaten betrouwbaar, zijn er aanwijzingen voor bias of fouten, en is menselijk toezicht nodig? Overweging 20 benadrukt uitdrukkelijk "de passende manieren om de uitvoer van het AI-systeem te interpreteren" als onderdeel van AI-geletterdheid.

3. Ethisch bewustzijn Inzicht in de maatschappelijke en ethische gevolgen van AI: discriminatierisico's, gevolgen voor grondrechten, transparantieverplichtingen en de impact op personen ten aanzien van wie het systeem wordt gebruikt. De Europese Commissie stelt expliciet dat verbindingen met ethische principes en AI-governance worden gestimuleerd als onderdeel van de geletterdheidsplicht.

4. Praktische toepassingsvaardigheid Het vermogen om AI-systemen doelgericht en verantwoord in te zetten binnen de eigen rol, inclusief kennis van de toepasselijke wet- en regelgeving. Dit omvat ook het herkennen van situaties waarin een systeem buiten zijn bedoelde toepassingsgebied wordt gebruikt en weten wanneer escalatie of menselijke interventie noodzakelijk is.

AI-geletterdheid versus technische AI-training

AI-geletterdheid en technische AI-expertise zijn niet hetzelfde. Technische training richt zich op het bouwen, trainen en optimaliseren van AI-modellen; dat vereist diepgaande kennis van wiskunde, statistiek en programmeren. AI-geletterdheid stelt andere eisen: het gaat om begrip, oordeelsvermogen en bewustzijn, niet om codeervaardigheid.

Wetenschappelijk onderzoek formuleert het onderscheid als volgt: "AI literacy focuses on knowledge, understanding and application of AI. AI competency is about skilful application and optimisation." Geletterdheid is de voorwaarde; competentie bouwt daarop voort. Een medewerker zonder technische achtergrond kan volledig AI-geletterd zijn als zij begrijpt hoe het systeem werkt, welke risico's eraan kleven en hoe zij haar rechten en plichten uitoefent.

Contextgebonden toepassing

De Europese Commissie benadrukt dat er geen universele aanpak bestaat. Een risicogebaseerde benadering vraagt organisaties om drie stappen te doorlopen: bepaal welke AI-systemen worden gebruikt en hun risicocategorie, identificeer welke medewerkers ermee werken en wat zij al weten, en bouw op die inventarisatie voort bij het ontwerpen van geletterdheidsmaatregelen. Inhoud, diepgang en vorm van die maatregelen mogen per doelgroep en sector variëren.

Het Digitale Overheid-portaal van de Rijksoverheid beschrijft dit als volgt: het gewenste niveau van AI-geletterdheid is sterk afhankelijk van de context, het soort werkzaamheden en de sector. Dat geldt zowel voor overheidsorganisaties als voor private aanbieders en gebruiksverantwoordelijken.

Reikwijdte: wie valt er onder?

De geletterdheidsplicht richt zich op drie groepen. Ten eerste het personeel van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken. Ten tweede "andere personen" die namens de organisatie AI-systemen exploiteren of gebruiken, inclusief zelfstandigen, uitzendkrachten, dienstverleners en, in sommige gevallen, partners. Ten derde betrokken personen: mensen op wie AI-systemen worden toegepast, die moeten begrijpen hoe geautomatiseerde beslissingen hen raken.

De verhouding tot andere verplichtingen

AI-geletterdheid staat niet op zichzelf. Artikel 4 versterkt twee andere kernverplichtingen uit de verordening: de transparantieverplichting van artikel 13, die vereist dat gebruikers begrijpen wat een systeem doet, en de menselijk-toezichtvereiste van artikel 14, die voorschrijft dat mensen in staat moeten zijn om AI-uitvoer te controleren, te corrigeren en zo nodig te negeren. Zonder voldoende AI-geletterdheid zijn deze verplichtingen in de praktijk moeilijk te realiseren.

Het concept vormt daarmee het fundament onder de bredere nalevingsarchitectuur van de EU AI-verordening. SAIG certificeert AI-geletterdheid conform artikel 4, in lijn met internationale certificeringspraktijk voor persoonscertificering, als aantoonbaar bewijs dat aan de geletterdheidsplicht is voldaan.